Categories
Klokkengieterij gedicht

Tekst gedicht in entree klokkengieterij

De bekende dichteres Ida Gerhardt schreef een gedicht, getiteld ‘Anno Domini 1972’, waarin zij beschrijft welke indruk een in de klokkengieterij van Van Bergen in Heiligerlee gegoten klok op haar maakt. Het Klokkengieterij¬museum heeft de tekst van dit gedicht in de entree van het museum aangebracht, als eerbetoon aan deze beroemde dichteres.

Klokkengieterij

Ida Gardina Margaretha Gerhardt wordt geboren op 11 mei 1905 in Gorkum. Haar oudere zus Truus dicht ook. Commentaar van Ida zorgt er voor dat er later verwijdering tussen beide zussen ontstaat. Als hun vader directeur van de Rotterdamse Ambachtsschool wordt gaat het gezin in Rotterdam wonen. Ida doorloopt er het Gymnasium. Ze ontmoet er ook haar levenspartner Marie van der Zeyde. Na de middelbare school begint ze een universitaire studie klassieke talen, die ze in 1933, na een moeizame periode, afrondt. In 1939 wordt ze benoemd als lerares klassieke talen aan het Gemeentelijk Lyceum te Kampen. Ze blijft daar tot 1951.

In deze periode rondt zij tevens haar proefschrift af. Ze is erg productief en ontvangt voor haar tweede bundel Het Veerhuis (1945) de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs. Van 1951 tot 1963 werkt ze bij de Werkplaats, opgericht door Kees Boeke, in Bilthoven. In 1956 ontvangt ze voor haar dichtbundel ‘Het levend Monogram’ de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam en in 1962 voor de bundel ‘De Hovenier’. In 1963 gaat ze vanwege gezondheidsproblemen met pensioen.

Na 1963 verschijnen er nog diverse dichtbundels en ontvangt zij nog verschillende prijzen. Samen met haar partner vertaalt Gerhardt de Psalmen, die o.a. worden uitgegeven door het Nederlands Bijbelgenootschap. Ondertussen gaan ze in Eefde wonen. Na het overlijden van Marie van der Zeyde,gaat Ida in Warnsveld in een verzorgingshuis wonen waar ze op 15 augustus 1997 overlijdt. In 2005,dus na haar dood, verscheen een ruime keuze uit de brieven van Gerhardt.…

Categories
Bergen

Het geslacht Van Bergen

In het jaar 1789 vestigde Andries Heeres (Van Bergen) zich in Midwolda.

De Van Bergens stammen af van een heel oud klokkengietersgeslacht. Al sinds 1536 hielden zij zich met dat ambacht bezig. Eerst rondtrekkend, daarna woonachtig in het dorpje Norden in Oost-Friesland.
In 1795 begon Andries Heeres (Van Bergen) in Midwolda met het gieten van klokken. De eerste twee klokken die hij goot waren voor Midwolda bestemd. Daarna goot hij in 1796 een klok voor Termunten.
De naam is langzamerhand van Andries Heeres overgegaan in Andries Heero Van Bergen (naar zijn moeder). Hij heeft in Midwolda ongeveer 150 klokken gegoten.

Andries Heero Van Bergen I begon in de eerste jaren, dat hij in Midwolda gevestigd was als rondreizend klokkengieter.
Dat ging als volgt te werk:
Een gemeente of een kerk wilde een klok en daartoe werd de klokkengieter besteld. Deze maakte ter plaatse en veelal was dat de plaatselijke begraafplaats, een kleine oven en een gietkuil, waarna de klok werd gegoten. Problemen met het vervoer van de klok kende hij dus niet omdat hij de klok zo uit de gietkuil in de toren kon takelen. Een voorbeeld van deze manier van werken is nog te zien in een Kerk te Vries (Drenthe), waar de oude gietvorm bewaard is gebleven in de ruimte onder de kerktoren.
 Zoon Udo Van Bergen zette de fabriek in Midwolda voort. Naast het maken van klokken, hield hij zich ook bezig met het maken van brandspuiten en het repareren hiervan. Helemaal vreemd was dit niet, omdat er veel zogenaamde geelgietwerk aan deze apparaten vastzat. Een zoon van Udo Van Bergen (Andries Heero II) was erg ondernemend, want in 1862 stichtte hij, samen met 2 broers, de fabriek in Heiligerlee. Hij wilde dichter op de grondstoffen leem en turf zitten.

In de gevel van het museum wordt nog steeds herinnerd aan het feit dat het geslacht Van Bergen reeds in 1795 in Nederland met het ambacht klokkengieten was begonnen. Pas ruim een jaar na het gereed komen van de fabriek te Heiligerlee werden er in dit pand 3 klokken gegoten (16 augustus 1863). Deze drie klokken waren …

Categories
Hemony

Gebroeders Hemony

Na vestiging in Nederland fungeerden de uit Lotharingen (beiden geboren te Levécourt) afkomstige broers Francois (1609-1667) en Pierre Hemony (1619-1680) aanvankelijk als klokkengieters en geschutsgieters. Zij kregen echter al snel faam als klokkengieters en carillonfabrikanten vanwege de hoge graad van toonzuiverheid van hun carillons.

Zij werkten eerst voornamelijk vanuit Zutphen sedert 1642. Francois werd in 1657 naar Amsterdam geroepen om daar carillons te maken. Zijn broer Pierre (als klokkengieter noemde hij zich Pieter) ging in, voornamelijk, de Zuidelijke Nederlanden werken. Hij signeerde zijn klokken voornamelijk met de naam Petrus. Hij voegde zich in 1664 bij zijn broer Francois in Amsterdam en samen goten zij naast beiaarden ook veel geschut, onderandere voor de Tweede Engelse oorlog. Sinds 1663 goot Francois ook beelden, zoals die op het paleis (toen stadhuis) te Amsterdam.

Samen hebben Francois en Pieter Hemony ongeveer 51 carillons gemaakt, voor zowel het binnenland als het buitenland. Zij wisten door de klokken op een speciale manier te stemmen een zeer zuivere toon te bereiken. De hoge perfectie in het stemmen hadden zij mede te danken aan de Utrechtse beiaardier en fluitist Jacob van Eyck (1590-1657). Van de 51 beiaarden zijn er 29 bewaard gebleven. De meeste zijn echter zodanig gerestaureerd dat alleen de zwaardere Hemony klokken gehandhaafd werden. De overige werden vervangen.

Na de dood van François Hemony in 1667 zette Pieter het bedrijf voort en een week nadat hij het carillon voor de Amsterdamse Munttoren voltooide kende het stadsbestuur hem de titel toe van “Stadsklokkengieter van Amsterdam”, waarmee hij de officiële opvolger van zijn broer werd. Pieter maakte nadien nog 10 complete carillons, waarvan er twee groter waren dan die zijn broer ooit gemaakt had. Daarnaast breidde hij een flink aantal eerder door zijn broer geleverde spelen uit (bijvoorbeeld Groningen, Haarlem, Utrecht Jacobi, Delft etc.)  Doordat de economische situatie van het land de aanschaf van nieuwe carillons beperkte, vond Pieter Hemony de tijd om zich met “hobby’s” bezig te houden: de fabricage van een compleet uurwerk met speeltrommel (Amsterdam/Munt), ontwikkeling van kleinere beiaardklokken, methode om tafelbellen zuiver te stemmen. 
Enkele weken voor zijn dood in 1680 nam hij van …