Categories
Bergen

Het geslacht Van Bergen

In het jaar 1789 vestigde Andries Heeres (Van Bergen) zich in Midwolda.

De Van Bergens stammen af van een heel oud klokkengietersgeslacht. Al sinds 1536 hielden zij zich met dat ambacht bezig. Eerst rondtrekkend, daarna woonachtig in het dorpje Norden in Oost-Friesland.
In 1795 begon Andries Heeres (Van Bergen) in Midwolda met het gieten van klokken. De eerste twee klokken die hij goot waren voor Midwolda bestemd. Daarna goot hij in 1796 een klok voor Termunten.
De naam is langzamerhand van Andries Heeres overgegaan in Andries Heero Van Bergen (naar zijn moeder). Hij heeft in Midwolda ongeveer 150 klokken gegoten.

Andries Heero Van Bergen I begon in de eerste jaren, dat hij in Midwolda gevestigd was als rondreizend klokkengieter.
Dat ging als volgt te werk:
Een gemeente of een kerk wilde een klok en daartoe werd de klokkengieter besteld. Deze maakte ter plaatse en veelal was dat de plaatselijke begraafplaats, een kleine oven en een gietkuil, waarna de klok werd gegoten. Problemen met het vervoer van de klok kende hij dus niet omdat hij de klok zo uit de gietkuil in de toren kon takelen. Een voorbeeld van deze manier van werken is nog te zien in een Kerk te Vries (Drenthe), waar de oude gietvorm bewaard is gebleven in de ruimte onder de kerktoren.
 Zoon Udo Van Bergen zette de fabriek in Midwolda voort. Naast het maken van klokken, hield hij zich ook bezig met het maken van brandspuiten en het repareren hiervan. Helemaal vreemd was dit niet, omdat er veel zogenaamde geelgietwerk aan deze apparaten vastzat. Een zoon van Udo Van Bergen (Andries Heero II) was erg ondernemend, want in 1862 stichtte hij, samen met 2 broers, de fabriek in Heiligerlee. Hij wilde dichter op de grondstoffen leem en turf zitten.

In de gevel van het museum wordt nog steeds herinnerd aan het feit dat het geslacht Van Bergen reeds in 1795 in Nederland met het ambacht klokkengieten was begonnen. Pas ruim een jaar na het gereed komen van de fabriek te Heiligerlee werden er in dit pand 3 klokken gegoten (16 augustus 1863). Deze drie klokken waren bestemd voor Zuidlaren, Stadskanaal en Leens. De allereerste opdracht in dit pand was het maken van grote onderdelen voor een nieuwe sluis voor de pas ingedijkte Reiderwolderpolder in het Oosten van Groningen. Andries Heero II heeft in Heiligerlee vanaf 1862, 170 klokken, 60 uurwerken en 200 brandspuiten geleverd.

De twee broers van Andries Heero II gingen terug naar Midwolda en heropenden daar de fabriek. In 1872 goten zij daar weer hun eerste klokken.

Naast het gieten van klokken werden in zowel Heiligerlee als in Midwolda ook torenuurwerken en brandspuiten vervaardigd. Hoewel ze elkaar op het scherpst van de snede beconcurreerden, draaiden beide bedrijven goed. De klokken van de Van Bergens werden aanvankelijk vooral gegoten voor Nederlands Hervormde kerken en het Noordelijke deel van Nederland.

De fabriek in Midwolda kreeg de naam “Concordia“, geďnspireerd door een strofe uit het gedicht van de Duitse dichter Schiller “Das Lied von der Glocke”.

De fabriek in Heiligerlee, gebouwd in 1862, kreeg de naam “Sint Paulinus”, genoemd naar een Bisschop, die leefde van ongeveer 353 tot 431 (Paulinus van Nola in Campanië). Hij is geboren in 353 te Bordeaux en overleden in 431 te Nola, een stad dicht bij Napels. Paulinus werd in Spanje, in 395, priester en hij was in 397 stadhouder van Campanië. Hij werd reeds vóór 400 tot Bisschop van Nola gewijd. Aan Paulinus wordt wel het invoeren van het luiden van kerkklokken bij speciale gelegenheden toegeschreven. De naam “Sint Paulinus” is tot 1910 op de toren in de voorgevel blijven staan.

Andries Heero II kreeg wereldwijd veel waardering voor zijn klokken. Op verschillende (wereld) tentoonstellingen verwierf hij vele gouden en zilveren onderscheidingen. Omstreeks 1870 begon Andries Heero II ook met het maken van torenuurwerken. De eerste werd geleverd aan de gemeente Holwijk in Zuid-Holland, voor 500 gulden.

In het begin werden er, zowel in Midwolda als in Heiligerlee, alleen luidklokken gegoten. Het maken van goede speelklokken werd veelal gedaan door Engelse klokkengieters (na de gebroeders Hemony 1610-1680). Vanaf 1932 maakten de Van Bergens de eerste goedgestemde beiaard in Nederland sinds 2 eeuwen en vanaf 1937 kwamen de Engelse klokkengieters bij het gieten van carillonklokken er niet meer aan te pas.

De eerste goedgelukte beiaard (1932) was een 2-octaafsspel voor de Cuneratoren te Rhenen. Dit klokkenspel is in de tweede wereldoorlog door de Duitsers omgesmolten tot oorlogstuig. In 1958 hergoot Van Bergen de beiaard voor de Cuneratoren. In 1936 werd een licht beiaardje gegoten voor het Zeeheldenmonument te Den Helder en in 1937 goot Van Bergen een beiaard van 44 klokken voor Bergen op Zoom. In 1939 werd een beiaard van 37 klokken voor Hoorn gegoten. Vervolgens werd in 1940/41 het klokkenspel bestaande uit 27 klokken, van het raadhuis van Hoogeveen gegoten. Hoogeveen kreeg hiermee het eerste klokkenspel van de provincie Drenthe. Bovendien is dit het eerste klokkenspel in Nederland dat voor het automatische speelwerk niet meer een trommel kreeg, maar geperforeerde banden in de vorm van orgelboeken. In de tweede wereldoorlog eiste de bezetter ook dit carillon op. Na de bevrijding werd het opnieuw geplaatsten in 1966 werd het (met uitbreiding naar 32 klokken) gereviseerd.

De carillons van Rhenen (versie van 1958), Den Helder en Heiligerlee zijn vermoedelijk nog de enige originele carillons van Nederland. Alle andere zijn in de loop der jaren in meer of mindere mate aangepast.

In de periode 1940-1945 werden veel klokken gevorderd door de Duitsers en omgesmolten voor de oorlogsindustrie. Een enkele klok kwam terug, maar veelal beschadigd.
In de bezettingstijd zijn er ruim 4600 klokken uit Nederland verdwenen. Uit België verdwenen ongeveer 4200 en een veelvoud, namelijk zo’n 45.000 (= 75% van het totaal) uit Duitsland zelf.

Op 11 april 1980 kwam er een einde aan een bedrijf dat gedurende bijna 200 jaar over de gehele wereld bekend was om zijn vakmanschap.

Tegenwoordig bestaan er in Nederland nog twee klokkengieterijen, namelijk die van de firma Petit & Fritsen te Aarle Rixtel en die van de firma (Koninklijke) Eijsbouts te Asten. De grootste klok van Nederland is in 1999 gemaakt door Eijsbouts (zie onderdeel “grootste klokken”).

Het gebouw waarin nu het museum is gevestigd heeft van 1980 tot 1985 leeg gestaan. In die tijd is gestreden om het te behoeden voor de sloop. Uiteindelijk is het gelukt om het gebouw van de slopershamer te redden en met behulp van diverse subsidies kon men in 1985 aan de slag gaan om de zaak te restaureren. Op 4 september 1987 werd het gebouw heropend als. Het gebouw waarin het museum is gevestigd mag sinds de renovatie en door haar nieuwe functie met recht een “Monument van Bedrijf en Techniek” heten. Het museum levert een veelzijdige bijdrage aan het culturele leven van Oost-Groningen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *